De tekens wisselen onvoorspelbaar, dus het blad traint het lezen van de bewerking net zo goed als het rekenen zelf — de stap die de meeste oefeningen met één bewerking overslaan.
Een kind dat net twintig optelsommen achter elkaar heeft gemaakt, stopt met het teken te lezen — en stuit dan op een min. Gemengde bladen dichten dat gat: elke som trekt zijn bewerking onafhankelijk, zodat de aandacht bij het symbool blijft en niet bij het patroon.
Dit is ook de vorm die programma’s voor hoofdrekenen het meest trainen, omdat lopende totalen die stijgen en dalen zijn hoe echt rekenen eruitziet.